Theorie voor de motor

Motorrijschool 1-2 Ride, Theorie voor de motorNiet alle regels voor auto en motor zijn gelijk. Er zijn een aantal kenmerkende verschillen. Juist daarom moet je als aankomend motorrijder een apart theorie-examen voor de categorie A doen.

Leer je theorie in het theoriecentrum van Motorrijschool 1-2 Ride >

Wanneer je het motorrijbewijs A wilt halen, moet je eerst slagen voor het bijbehorende theorie-examen. Óók wanneer je je rijbewijs B al hebt. Om het aantal motorongelukken te verminderen, zijn de examens aangepast aan de Europese maatstaven.

Heb je geen theoriecertificaat A, maar wel een geldig rijbewijs B of een militair theoriecertificaat A, dan mag je met de praktijkopleiding beginnen. Iedereen die geen rijbewijs B of militair theoriecertificaat heeft, moet vóór de praktijkopleiding eerst het theoriecertificaat A halen. Tijdens de praktijklessen moet je jouw rijbewijs B of theoriecertificaat bij je hebben. Je moet tenminste achttien jaar oud zijn om het theorie-examen te mogen afleggen. Het theoriecertificaat is dan een jaar geldig.

Je moet het certificaat voor aanvang van het praktijkexamen aan de examinator laten zien. Vanaf 1 april 2004 mag je het examen voertuigbeheersing ook doen als je een rijbewijs B hebt. Bij het examen verkeersdeelneming moet je wel een theoriecertificaat A hebben.

 

Praktijk Voertuigbeheersing

Het motorexamen Voertuigbeheersing (AVB) bestaat uit twaalf oefeningen, die zijn ingedeeld in vier clusters. Op je examen doe je er zeven. Vijf oefeningen zijn verplicht, de overige twee kiest de examinator uit.

Het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de motor bestaat uit in totaal twaalf oefeningen, ingedeeld in vier clusters:

Cluster 1 - Lopen met de motor en gebruik van de standaard
(één oefening deze is verplicht).
• Achteruit parkeren (Zie afbeelding 1)


Cluster 2 - Verrichtingen bij lage snelheid
(vijf oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator).
• Langzame slalom (Zie afbeelding 2)
• Wegrijden uit parkeervak (Zie afbeelding 3
• Denkbeeldige acht
 (Zie afbeelding 4)
• Stapvoets rechtdoor rijden
 (Zie afbeelding 5)
• Halve draai (links- of rechtsom) (Zie afbeelding 6)


Cluster 3 - Verrichtingen bij hogere snelheid
(drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator).
• Uitwijkoefening (Zie afbeelding 7)
• Snelle slalom (Zie afbeelding 8)
• Vertragingsoefening (Zie afbeelding 9)


Cluster 4 - Remoefeningen
(drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator).
• Noodstop
 (Zie afbeelding 10)
• Precisiestop (Zie afbeelding 11)
• Stopproef (Zie afbeelding 12)

Naast de vier verplichte oefeningen kiest de examinator er drie uit de overige acht. Als je slaagt voor het examen voertuigbeheersing, ontvang je een uitslagformulier waarmee je kunt opgaan voor het examen verkeersdeelneming. Het uitslagformulier is één jaar geldig.

 

Praktijk Verkeersdeelneming

Bij het motorexamen Verkeersdeelneming (AVD) laat je zien aan de examinator dat je je volgens de geldende regels op een veilige manier soepel door het verkeer voortbeweegt.

Begin van het examen
Eerst heb je een inleidend gesprek met de examinator in het examencentrum. Dan volgen op het parkeerterrein de ogentest en een aantal voorbereidings- en controlehandelingen bij de examenmotor.

De rit
Daarna gaat de examenrit van start. De examinator en je rij-instructeur volgen je in een auto. De examinator let onder meer op uw kijkgedrag, de plaats op de weg en of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers.

Na afloop
Direct na afloop van het examen verkeersdeelneming vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag.